De rechtsstaat van morgen wordt niet alleen bepaald door nieuwe wetten of technologie. Minstens zo belangrijk zijn de mensen die het recht straks in de praktijk moeten toepassen. Hoe leid je juridische professionals op voor een wereld waarin AI razendsnel oprukt, maatschappelijke problemen complexer worden en burgers andere eisen stellen aan overheid en recht? Lilith Brouwer en Jos Rutten van Hogeschool Utrecht zien juridische vakkennis als onmisbaar fundament. Maar daarmee ben je er niet. De professional van morgen moet kunnen afwegen, samenwerken en communiceren, maar bovenal begrijpen welke waarden het recht probeert te beschermen.
Voor de interviewreeks van Deurwaardersbelangen.Nu rond de Week van de Rechtsstaat spreken we met Lilith Brouwer en Jos Rutten van Hogeschool Utrecht, allebei docent bij de juridische deeltijdopleidingen aan de HU. Beiden zijn nauw betrokken bij het juridische onderwijs en de opleiding van toekomstige gerechtsdeurwaarders. Zij zien van dichtbij hoe het vak verandert – én wat dat vraagt van een nieuwe generatie professionals.
Wie over de toekomst van juridische beroepen praat, kan moeilijk om kunstmatige intelligentie heen. Ook binnen het onderwijs is AI inmiddels een fundamenteel vraagstuk.
“AI is voor ons een enorme puzzel. Hoe zorg je ervoor dat studenten zelf blijven nadenken? Kennis is tegenwoordig heel gemakkelijk op te zoeken en teksten kunnen door AI worden gegenereerd. Maar hoe weet je vervolgens of wat eruit komt ook klopt?”
In het juridische domein is die vraag cruciaal. Een overtuigend geformuleerd antwoord is nog geen juridisch juist antwoord. Professionals moeten voldoende kennis en beoordelingsvermogen hebben om informatie te kunnen wegen.
Dat verandert ook het onderwijs. Traditioneel wordt het niveau van juridische studenten voor een belangrijk deel beoordeeld aan de hand van schriftelijke producten. Maar als AI een juridisch ogende tekst kan produceren, zegt zo'n product steeds minder over de daadwerkelijke bekwaamheid van de student.
De uitdaging is daarom dubbel. Studenten moeten leren werken mét AI, omdat die technologie onvermijdelijk onderdeel wordt van hun beroepspraktijk. Tegelijkertijd moeten ze ook zonder die digitale ondersteuning kunnen analyseren, redeneren en beslissen.
“Je kunt studenten niet vier jaar lang afsluiten van alle technologische mogelijkheden. Dit is technologie waarmee ze straks gewoon gaan werken. Je moet ze dus AI-geletterd maken, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat ze ook kunnen functioneren zonder een soort robot die voortdurend antwoorden influistert.”
De juridische professional van morgen heeft daardoor een breder profiel dan alleen juridische vakkennis. Maar het één kan niet zonder het ander.
“Je kunt alleen duidelijk communiceren als je weet waar je het over hebt. Een goede juridische basis blijft dus hartstikke belangrijk.”
De verandering zit vooral in wat daarnaast nodig is. Het klassieke idee dat eerst de juridische vakkennis op orde moet zijn en dat communicatieve en sociale vaardigheden later vanzelf wel komen, voldoet niet meer.
Dat is ook zichtbaar in de ontwikkeling van het gerechtsdeurwaardersvak. Het beeld van de schuldenaar en de maatschappelijke opvattingen over schulden zijn veranderd. Armoede, bestaanszekerheid en kansenongelijkheid spelen nadrukkelijker mee. Daarmee verandert ook wat van een gerechtsdeurwaarder wordt gevraagd.
Sinds 2017 volgen studenten van de gerechtsdeurwaardersopleiding bij Hogeschool Utrecht bijvoorbeeld samen met studenten Sociaal Juridische Dienstverlening onderwijs over schulden. Daardoor komen verschillende perspectieven op dezelfde problematiek al tijdens de opleiding bij elkaar.
Het resultaat is een bredere blik. Niet alleen: wat mag ik juridisch doen? Maar ook: wat gebeurt hier eigenlijk, welke belangen spelen er en wat betekent mijn handelen voor de mensen die erbij betrokken zijn?
Daarmee komt het gesprek bij een essentieel onderdeel van de Rechtsstaat van Morgen: begrijpen waarom regels bestaan.
Studenten moeten uiteraard weten welke wet van toepassing is en hoe een juridische handeling correct moet worden uitgevoerd. Maar onmogelijk alles kan altijd als parate kennis beschikbaar zijn. Daarom leren studenten ook hoe ze een juridisch vraagstuk moeten benaderen wanneer ze het antwoord niet onmiddellijk weten.
Waar begin je? Welke bronnen heb je nodig? Hoe kom je tot een onderbouwde conclusie?
Minstens zo belangrijk is dat studenten begrijpen welke waarden achter regels liggen. Bij inning en incasso gaat het bijvoorbeeld niet alleen over het afdwingen van verplichtingen, maar ook over rechtvaardigheid en de bescherming van bestaanszekerheid.
“Als je begrijpt wat regels zouden moeten doen, kun je ook in een situatie waarin je niet precies weet hoe iedere regel luidt een inschatting maken van wat een goede volgende stap is.”
Dat voorkomt dat recht wordt gereduceerd tot het mechanisch toepassen van regels.
“Daar hebben we voldoende voorbeelden van gezien. Je wilt dat mensen regels toepassen vanuit de gedachte waarvoor die regels zijn geschreven.”
Juist in een wereld die steeds sneller verandert, wordt dat vermogen belangrijker. Niet iedere nieuwe situatie kan vooraf in een regel worden gevangen. Dan moet een professional voldoende juridische kennis hebben om te weten binnen welke kaders hij opereert, maar ook begrijpen welke bedoeling en welke waarden aan die kaders ten grondslag liggen.
Dat brengt het gesprek vanzelf bij de menselijke maat – een begrip dat inmiddels bijna niet meer weg te denken is uit discussies over overheid, rechtspraak en juridische dienstverlening.
Maar hoe leer je een toekomstige professional wat die menselijke maat betekent?
In het onderwijs gebeurt dat vooral door studenten daadwerkelijk met complexe situaties te confronteren. Niet alleen praten over een probleem, maar oefenen met situaties waarin meerdere belangen tegelijkertijd spelen.
Een voorbeeld uit het onderwijs maakt dat concreet. Stel: er staat een woningontruiming gepland. De bewoner vraagt twee dagen uitstel omdat hij daarna een vervangende woning kan betrekken. Wat moet de gerechtsdeurwaarder doen?
Op papier lijkt twee dagen uitstel vanzelfsprekend. In de praktijk kunnen er allerlei belangen en omstandigheden zijn die maken dat de ontruiming toch moet doorgaan. Of juist niet.
De student moet juridische regels, beroeps- en gedragsregels, de belangen van betrokken partijen en ethische overwegingen tegen elkaar afwegen. Uiteindelijk kunnen zowel het verlenen als het weigeren van uitstel verdedigbare beslissingen zijn.
Het verschil zit in de kwaliteit van de afweging.
Dat is het professionele vermogen dat de opleiding wil ontwikkelen: niet automatisch handelen, maar bewust kunnen uitleggen waarom je in een concrete situatie voor een bepaalde oplossing kiest.
Daarom speelt de praktijk een grote rol in het onderwijs. Studenten oefenen met realistische situaties en bespreken tijdens intervisie juridische en ethische dilemma's die zij zelf tegenkomen.
Vooral tijdens stages levert dat waardevolle gesprekken op. Studenten brengen concrete situaties in en onderzoeken samen welke handelingsmogelijkheden er waren, welke belangen meespeelden en of een andere keuze mogelijk was geweest.
Die ervaring maakt theoretische kennis nog relevanter.
Neem de formaliteiten rond het betekenen van een exploot. Je kunt daar uitgebreid college over geven, maar wanneer een student in een nagebootste praktijksituatie tegelijkertijd correct moet betekenen én een goed gesprek moet voeren, wordt onmiddellijk duidelijk waarom parate juridische kennis noodzakelijk is.
Je kunt niet tijdens een lastig gesprek voortdurend bedenken hoe de juridische formaliteiten ook alweer in elkaar zaten.
“Op het moment dat je het ervaart en traint, voel je het belang van die kennis. Dan gaat het leren echt werken.”
Het laat ook zien waarom juridische kennis en menselijke vaardigheden niet tegenover elkaar staan. Juist wie zijn vak beheerst, houdt in een complexe situatie ruimte over om te luisteren, te communiceren en een zorgvuldige afweging te maken.
Nog een ontwikkeling is erg belangrijk: juridische professionals opereren steeds minder binnen de grenzen van hun eigen vakgebied.
Voor gerechtsdeurwaarders betekent dat samenwerken met onder meer schuldhulpverlening, bewindvoerders, gemeenten, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties.
Hogeschool Utrecht probeert die samenwerking al tijdens de opleiding tastbaar te maken. Studenten lopen bijvoorbeeld mee bij een organisatie die vanuit een ander perspectief naar schulden kijkt. Een student van de gerechtsdeurwaardersopleiding kan een dag meelopen met een schuldhulpverlener of bewindvoerder; studenten uit het sociaaljuridische domein bezoeken een gerechtsdeurwaarder.
De aanvankelijke reactie is dat zo'n bezoek weinig zal toevoegen: men denkt al te weten hoe de ander werkt. Achteraf is het oordeel vrijwel altijd anders. Studenten krijgen meer begrip en respect voor de complexiteit van het werk van de andere partij. Daardoor ontstaan nieuwe contacten en samenwerkingsverbanden. Dat is niet toevallig. Professionele samenwerking is expliciet onderdeel van het profiel van de gerechtsdeurwaardersopleiding.
Een terugkerend inzicht uit die ontmoetingen illustreert hoe belangrijk dat is. Bewindvoerders vinden gerechtsdeurwaarders soms moeilijk bereikbaar, terwijl gerechtsdeurwaarders precies hetzelfde zeggen over bewindvoerders. Pas wanneer ze bij elkaar in de keuken kijken, ontstaat begrip voor de werkelijkheid achter zo'n oordeel.
Het gesprek over de rechtsstaat van morgen gaat onvermijdelijk ook over vertrouwen en gezag. Het beeld dat jonge generaties per definitie minder maatschappelijk betrokken zouden zijn, wordt in het onderwijs niet herkend.
“We zien heel maatschappelijk betrokken studenten.”
Wel komen studenten in hun toekomstige beroepspraktijk terecht in een samenleving waarin gezag niet meer vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. Juridische professionals kunnen te maken krijgen met mensen die zich autonoom of soeverein verklaren en de legitimiteit van overheid en instituties ter discussie stellen. Dan is het belangrijk om te beseffen dat professioneel gezag niet alleen voortkomt uit een titel, ambt of wettelijke bevoegdheid. Duidelijke communicatie, transparantie en eerlijkheid worden belangrijker. Wie macht of bevoegdheden heeft, moet kunnen uitleggen wat hij doet en waarom.
Ook dat raakt aan de waarden achter de regels. Een rechtsstaat vraagt niet alleen dat bevoegdheden juridisch correct worden uitgeoefend, maar ook dat professionals zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die met die bevoegdheden gepaard gaat. Daar ligt opnieuw een belangrijke opdracht voor het onderwijs.
Hogeschool Utrecht gaat het curriculum opnieuw tegen het licht houden om het onderwijs verder aan te laten sluiten op wat juridische professionals – en gerechtsdeurwaarders in het bijzonder – in de toekomst nodig hebben.
De juridische basis blijft daarin overeind. Maar in een samenleving die steeds sneller verandert, wordt iets anders minstens zo belangrijk: leren omgaan met situaties die tijdens de opleiding nog niet konden worden voorzien.
“Als het morgen niet meer hetzelfde is als gisteren, hoe kun je dan met wat je hebt geleerd nog steeds uit de voeten?”
Dat vraagt om professionals met een stevige kennisbasis, maar ook met analytisch vermogen en flexibiliteit. Mensen die zelfstandig informatie kunnen beoordelen, verschillende belangen kunnen wegen en een onderbouwde beslissing kunnen nemen: professionals die daarbij verder kijken dan de letter van de regel.
Zo ontstaat een profiel waarin juridische kennis, ethiek, maatschappelijke verantwoordelijkheid en communicatie in elkaar grijpen. De professional van 2035 moet kunnen analyseren wat juridisch mogelijk is, zich afvragen wat in een concrete situatie verantwoord is en begrijpen wat een beslissing betekent voor degene die tegenover hem staat.
Technologie zal veranderen. Wetgeving zal veranderen. Ook de manier waarop juridische dienstverlening wordt georganiseerd zal veranderen. Maar de waarden waarop onze Rechtsstaat rust, veranderen veel minder snel.
Dat is de belangrijkste opdracht voor het juridische onderwijs van morgen: niet studenten voorbereiden op iedere situatie die zich in 2035 kan voordoen – dat is onmogelijk – maar professionals opleiden die voldoende kennis, beoordelingsvermogen en maatschappelijke sensitiviteit hebben om in een veranderende wereld zelfstandig te bepalen wat goed professioneel handelen vraagt. De professional van morgen hoeft dus niet ieder antwoord al te kennen. Maar moet wel begrijpen vanuit welke waarden hij tot dat antwoord komt.